wetzoeker

Artikel 198 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Voorlopige bewijsverrichtingen

1 Op het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen wordt pas beslist nadat een behandeling heeft plaatsgevonden, waartoe de verzoeker en de wederpartij worden opgeroepen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven als de wederpartij onbekend is, in geval van onverwijlde spoed of als de opgeroepen wederpartij schriftelijk heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

2 Als de rechter het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen toestaat, bepaalt hij de dag waarop de verzoeker uiterlijk een afschrift van het verzoekschrift, als dit nog niet is toegezonden, en van de beschikking aan de wederpartij, als die bekend is, moet doen toekomen. Een afschrift van het verzoekschrift en van de beschikking wordt bij aangetekende brief verzonden of bij exploot betekend.

Regeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Afkortingen
Rv
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-07-2026
BWB-id
BWBR0001827
Versie
2026-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl