wetzoeker

Artikel 143 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Verzet

1 De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen.

2 Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is.

3 Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.

4 De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.

Regeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Afkortingen
Rv
Soort
Wet
Geldend vanaf
14-07-2026
BWB-id
BWBR0001827
Versie
2026-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl